Normal_rss_entry-241685

De meet- en rekenmethodes voor stikstof die de overheid hanteert zijn van voldoende wetenschappelijke kwaliteit. Wel zijn verbeteringen nodig om dat zo te houden, en om onzekerheden te verkleinen. Dat meldt een adviescollege dat daar op verzoek van landbouwminister Carola Schouten onderzoek naar heeft gedaan.

Het stikstofbeleid van de overheid is mede gebaseerd op metingen en berekeningen door het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM). Daarmee wordt bepaald hoe belastend bijvoorbeeld een bouwproject, snelweg of boerderij is voor nabijgelegen natuurgebieden, en of daar een vergunning voor mag worden afgegeven.

Afgelopen najaar trokken belangenorganisaties van met name boeren en ook sommige politici de betrouwbaarheid van de RIVM-modellen in twijfel. Schouten vroeg daarop een groep wetenschappers onder leiding van Leen Hordijk om de werkwijze van het instituut tegen het licht te houden.

Model geschikt

Het adviescollege concludeert dat het model dat het RIVM gebruikt om de verspreiding van stikstof te berekenen, daarvoor geschikt is. "Zeker op lokale schaal." Wel adviseren de wetenschappers meer onderzoek te doen naar de oorzaken van verschillen tussen modelresultaten en metingen, waar nu voor wordt gecorrigeerd.

Verder stelt het adviescollege vast dat de buitenlandse bijdrage aan de stikstofdepositie in Nederlandse natuurgebieden "mogelijk wordt onderschat". De relatieve verdeling van de bijdragen van bijvoorbeeld landbouw, industrie, verkeer en scheepvaart in Nederland is volgens de onderzoekers "voldoende onderbouwd".

Door: ANP